Visserschool

Notes on Chrisfield (NL)

Notes on Chrisfield (NL)

Eowyn Crisfield over Tweetalig Onderwijs/Opvoeden

De Visserschool, 14 oktober 2015
(aantekeningen gemaakt en vertaald door Julia van Ooststroom)
 
Ik wil het gaan hebben over:
*de voordelen van tweetalig onderwijs
*hoe je je kind ermee kunt helpen
 
Als ik het over ‘tweetalig’ heb, bedoel ik ook ‘meertalig’, dus ook 3,4, of nog meer talen.
Mensen denken vaak dat kinderen als sponzen zijn, maar dat is niet waar. Voor kinderen vergt het ook veel hersenwerk om twee talen te leren. Omdat ze zich er niet van bewust zijn (ze denken dat het normaal is om meer talen te spreken), doen ze het gewoon.
Hoe goed een kind de tweede taal leert, hangt af van (1) tijd, (2) moeite and (3) motivatie (de persoonlijkheid van het kind).
Wat we ‘moedertaal’ noemen, kan ook de taal zijn die de vader spreekt (dus de ‘vadertaal’). Een kind kan dus twee moedertalen hebben. Als een kind een andere taal op school leert dan noemen we dat een tweede taal. Normaal gesproken heeft een kind een dominante taal.
Het leren van twee of meer talen is heel goed en waardevol voor kinderen: voor het denken, het gedrag, bij het vinden van een baan, etc.
Een kind dat meer talen spreekt kan op een andere manier over taal nadenken. Hij/zij is goed in het denken over taal. Het is makkelijker om weer andere talen te leren. Hij/zij wordt een expert in de regels van talen en het begrijpen van patronen. Wiskunde is ook gebaseerd op regels, dus ze worden ook beter in wiskunde. De sociale dimensie van communicatie ontwikkelt zich sterker: als een ander iets niet begrijpt, dan zal een tweetalig kind het op een andere manier duidelijk maken, in plaats van het te laten zitten.
 
Onderzoek toont aan dat tweetaligen:
  • 4-5 jaar later Alzheimer krijgen
  • een beter geheugen hebben
 
Je kunt erop gericht zijn dat je kind alleen leert communiceren in de tweede taal, maar ook dat je kind leert lezen en schrijven in die andere taal. Als er op school niet in die taal wordt les gegeven, dan moet je zelf een plan maken – met name het creëren van een kring waarin die taal gesproken wordt. Een richtlijn is minstens 20% van de tijd die besteed wordt aan lezen en praten (tv- kijken telt niet). Met 20% van de tijd dan zal het kind de taal voldoende leren, maar alleen spreken indien het echt noodzakelijk is.
Om een taal echt vloeiend te spreken, moet een kind 30-35% van zijn/haar tijd daarmee bezig zijn. Niet 30% van de tijd op school, maar 30% van zijn/haar tijd in het algemeen. Dat betekent dus ook dat een kind op dit niveau maximaal drie talen kan leren. Het betekent overigens niet dat een kind een Brits accent krijgt (zelfs niet als hij/zij naar de British School gaat).
Als een kind de 30% niet haalt, moet je manieren bedenken om hem/haar meer input na school te geven, bijvoorbeeld door hem/haar in een Engelstalig voetbalteam te laten spelen. Het is belangrijk dat iemand persoonlijk tegen het kind praat, niet dat hij/zij alleen de taal hoort.
Niet alleen de kwantiteit is belangrijk, maar ook de kwaliteit. Thuis wordt er veel herhaald, waardoor de taal niet erg rijk is (‘eet je broccoli op’ – wel tien keer). Om de kwaliteit van de taal te waarborgen,  zijn goede gesprekken, boeken lezen en het praten over die boeken, belangrijk.
Sheet: plaatje van een opgaande helling. Als je kind een taal thuis spreekt (bijv. Turks), maar op school een compleet andere taal, is je belangrijkste taak om niet een taal achter te laten. De taal die het kind vanaf de geboorte heeft geleerd: houdt hem vast! Als kinderen met twee talen doorgaan, dan ontwikkelen ze zich heel goed en hebben ze de voordelen van tweetaligheid. Als een kind de eerste taal verliest, dan krijgt het ontwikkelingsproblemen. Help kinderen met hun huiswerk in de taal die ze vanaf de geboorte hebben geleerd. De sterke elementen van deze eerste taal, trekken de tweede en de derde taal de hoogte in. Hoe beter de moedertaal, hoe beter hun Nederlands of Engels, of welke andere tweede taal dan ook. Dus de thuis-taal vooral niet verwaarlozen. Het is elementair om de taal die vanaf de geboorte gesproken werd, verder te ontwikkelen.
Als het kind op school een nieuwe taal leert, dat hetzelfde alfabet heeft als de taal thuis, hoe kun je je kind dan het beste helpen met lezen en schrijven? Spreek gewoon in de thuis-taal en zeg het dan in het Nederlands of het Engels (de tweede taal). Als de taal hetzelfde Romeinse schrift heeft, dan leert het kind automatisch lezen in de thuis-taal. Je moet alleen een beetje bijles geven in spelling. Het is goed voor een kind om op zijn minst een beetje te kunnen lezen en schrijven in de thuis-taal.
Als het kind op school een nieuwe taal leert, dat niet hetzelfde alfabet heeft, dan begin je met lezen en schrijven in de thuis-taal zodra het kind daar klaar voor is. Het maakt niet zo veel uit wanneer, maar zorg er wel voor dat het kind niet overbelast raakt (bijv. wanneer het ook al leert lezen en schrijven op school). Het is belangrijk dat het kind voelt dat de thuis-taal waarde voor hem/haar heeft. Leg uit aan je kind waar die waarde in zit!
Vaak gebruiken ouders het ‘consistentie-model’. Een ouder spreekt alleen Engels, de andere alleen Nederlands, bijvoorbeeld. Je moet ook uitleggen aan je kind waarom je de ene of de andere taal spreekt. Iedere ouder moet de andere taal ook steunen.
Als je wil dat je kind nog meer talen leert, dan moet je een plan daarvoor maken. Zorg er ook voor dat andere mensen die deel uitmaken van je leven (zoals de oppas), het plan kennen.
Het consultatiebureau kan soms slechte adviezen geven, evenals andere ‘experts’ zoals kinderartsen. Zij weten vaak heel weinig over tweetalig opvoeden. Zo kunnen ze adviseren dat je moet stoppen met een van de twee talen. De (impliciete) boodschap kan zijn dat de thuis-taal niet goed genoeg voor school is. Als een kind fouten maakt in de tweede taal, zegt men vaak dat het kind een taalachterstand heeft, alsof het kind een probleem heeft. Dit is verkeerd. Er is alleen een achterstand in de woordenschat van de tweede taal, omdat het kind al een andere taal spreekt. In plaats van de negatieve boodschap, zou men een positieve boodschap moeten geven. Een echte taalachterstand is iets anders. Een kind met een echte taalachterstand zou die ook hebben als hij/zij eentalig zou zijn. Twee –of meertalige kinderen hebben niet meer kans op een achterstand. Dus nogmaals: stop nooit met de thuistaal. Zie ook het artikel op mijn website hierover.
http://onraisingbilingualchildren.com/2014/11/20/bilingualism-is-not-the-problem-if/
Tweetalige kinderen spreken vaak hun talen door elkaar. Daar hoef je je geen zorgen over te maken. Het is onderdeel van een normale ontwikkeling. Het is prima, dat is wat tweetaligen doen.
Vaak zijn tweetaligen niet even goed in beide talen. Dat is ook geen probleem. Het is normaal dat de ontwikkeling in fasen verloopt. Een taal wordt een beetje roestig in bepaalde perioden (bijv. tijdens de vakantie).
Leg aan je kinderen uit waarom het zo leuk is om de tweede taal te spreken. Maak het belangrijk voor ze. Bijvoorbeeld dat ze een bepaald spelletje met opa en oma kunnen spelen.
Vraag van een van de ouders: helpt het als kinderen televisie kijken in de tweede taal? Antwoord: dat hangt ervan af. Soms kunnen kinderen kijken zonder de taal te begrijpen en zonder het te leren. Als ze er wel aandacht voor hebben, dan leren ze wel wat. Apps zijn beter voor de woordenschat, want ze zijn interactief. Er zijn andere manieren om de Engelse taal deel van je leven te maken, bijvoorbeeld door een spel in het Engels te spelen, of door Engels te spreken tijdens het avondeten.
Mensen denken vaak dat kleuters het beste zijn in het leren van nieuwe talen, maar dat is niet waar. De adolescentie is de beste leeftijd.
 
Blog: http://onraisingbilingualchildren.com
 
 

Boektip: